Raafcraft - Survival en Zelfredzaamheid - The Bushcraft Way

Raafcrafts Blog

Alles wat niet standaard is

Water, vuur, voedsel en shelter. De vier elementen van survival. Daar ben je in een weekend wel klaar mee, toch? Water zit in de sloot. Vuur leren maken kost een uurtje. Als je honger hebt, pluk je een paar brandnetels en slapen doe je onder een zeiltje. Simpel.

Wij leerden laatst dat er een paar honderd manieren zijn om een onderdak te bouwen. Afgestemd op de situatie, het klimaat en de grootte van de groep. Daar ga je al. Als je de basics kent, kom je in een noodsituatie een heel eind. Maar als je net iets meer weet, kan survival comfortabel of zelfs leuk worden. Daarnaast ben je een stuk flexibeler in verschillende situaties. We kregen een praktijkles eetbare planten, maar we hebben ook vallen en strikken gezet, geschoten met luchtbuksen en het over het bereiden en eten van dieren gehad. En water blijkt niet alleen in de sloot te zitten, maar kun je bijvoorbeeld ook aftappen uit een berkenboom. Als het erg vervuild is, maak je een zigeunerbron.

Zo leren we naast een paar standaardtechnieken van alles wat niet standaard is. Soms wordt er een ervaringsdeskundige bijgehaald, soms komt iemand uit de groep met een interessant idee. Zoals Erik en Peter die een Zweedse fakkel maakten. Marco demonstreert regelmatig een fancy kooktechniek. Kjeld verdiepte zich in vernuftige manieren om een vijand te slim af te zijn. En Michel heeft vanuit zijn werk als brandweerman een enorme schat aan EHBO-kennis. Van al die vaardigheden maakt instructeur Hans dankbaar gebruik.

zalm

Vooral naarmate de opleiding vordert hebben we als deelnemers steeds meer inbreng. Van de instructeurs in opleiding wordt dat wel verwacht, maar ook de rest komt met nieuwe technieken en weetjes. Soms krijgt iemand de opdracht om iets uit te zoeken. De hoeveelheid survivaltechnieken is eindeloos dus er is altijd wat bij te leren. Natuurlijk kun je ook gewoon luisteren - het blijft een opleiding. Maar uiteindelijk maken we er toch samen een compleet programma van.

Nog een paar leuke voorbeelden. Leo en Hans zijn, onder andere, opgeleid als trackers (spoorzoekers) en hadden daar een ingewikkelde praktijkoefening mee bedacht. We leerden de mogelijkheden en limieten van onze zintuigen kennen. En met wat extra touwtechnieken hebben we een loopbrug geknoopt waar we één voor één overheen moesten. Met een weekend kun je klaar zijn. En dan realiseer je je dat je pas net begonnen bent.

tracking oefening

Door: Mieke (survival instructeur)

Weekend 6 van 7 - 'De eindopdracht'

Ik was een beetje rusteloos… De spectaculaire verhalen vanuit de vorige groepen waren mij ter ore gekomen. Afzien, dat zou het worden. Afzien, niet afzien, maar het Afzien, met een hoofdletter “A”

Als voorbereiding had ik wat extra aandacht besteed aan mijn survival kit. Je weet van tevoren niet waarin je terecht komt. Ik spel het survival alfabet en vul het in met de survival items bovenop mijn standaard kit.

  • Water: Waterfilter. Check!
  • Vuur: Extra aansteker, firesteel, watten-met-vaseline-tondel. Check!
  • Onderkomen: 3*3 donker landbouwplastic, wegwerp poncho, paracord. Check!
  • Voeding: Pak Snickers special edition Hazelnoot. Veel calorieën voor weinig. Check!

De eerste nacht op vrijdag zou in een blokhut zijn. De weersverwachtingen zijn redelijk variabel. Het lijkt erop dat ze in Ukkel net zo onbestendig zijn als in De Bilt. Ik begin Armand Pien te missen, de Belgische weergoeroe uit mijn kinderjaren.

De show start ‘s-morgens om 08:00 dus tot die tijd kan ik mijn uitrusting aanpassen. Ik neem twee slaapzakken mee. Een dunne en lichte 3 seizoenenzakje, en de mega mastodontische maar oh-zo-warme militaire M90. Bijna 5 kilo, schoon aan de haak.

Vrijdag

Een berichtje licht op, op mijn computerscherm… Het is een van de trainers. Hij is ziek geworden en vraagt mij om Klaasjan op te pikken. Natuurlijk doe ik dat. Eindhoven ligt op mijn route en het is prettig om wat gezelschap in de auto te hebben. Om 6 uur op het Station? Geen probleem…

Thuisgekomen laad ik de Aygo in. Klein autootje, maar lekker zuinig en voor twee personen goed te doen. Ik gooi de kofferbak vol met de materialen en de reservematerialen die ik misschien wel of niet mee ga nemen. Ik verbaas mij altijd over Klaasjan. Altijd alles in 1 rugzak en hij grijpt nooit mis. Ik zou toch eens een uurtje een boompje met hem moeten opzetten.

Ik pik mijn lifter op en we rijden richting Anseremme over Luik. Wat een uitgesproken onveilige rotweg.

Het heeft er alle schijn van dat het Waalse verkeersbeleid bestaat uit het plaatsen van waarschuwingsborden, in plaats van het daadwerkelijk oplossen van problemen. Ik vertaal een bord uit het Frans: “Gevaarlijk punt, 16 doden in de laatste 3 jaren”. Ik grom: “Doe er dan ook wat aan…”

Ondanks de slecht aangegeven bewegwijzering, gaten in de weg, aquaplaning en een file als gevolg van, jawel, een ongeval, komen Klaasjan en ik veilig aan in Anseremme. De warme blokhut, het gezellige houten interieur en het prettige gezelschap van de andere cursisten doen de helle-rit snel vergeten.

berghut

Twee trainers van Zelan Outdoor stellen zich voor. Andries en Job zullen morgen een groot deel van het programma verzorgen.

Redelijk vroeg liggen we op onze matjes in onze slaapzak. Ik draai me om en ik val in slaap. Kennelijk begin ik aan het slapen in mijn zak te wennen.

Zaterdag

Rond 6:30 wordt iedereen wakker. Aankleden, ontbijten, de gebruikelijke ochtendrituelen. Het is een beetje stil. Kennelijk is iedereen een beetje gespannen.

Na het ontbijt wordt het duidelijk. De blokhut staat werkelijk bovenop de Roches-de-Frey, een geliefde bergwand. De moed zakt me in de knieën. Klimmen, afdalen? Hoog, eng… Mijn brein gaat op de automatische piloot. Ik laat het over mij heen komen en doe wat er moet gebeuren. Go with the flow.

Andries en job bereiden de afdaling voor. We gaan abseilen. We krijgen klimgordels en helmen. Ik trek de boel aan en check de gordel. Leo instrueert me en checkt mijn gordel ook. “Zorg dat hij goed vast zit boven je heupen zodat je er niet uit kan glijden… Ik slik en trek de gordel nog strakker aan.

We lopen naar de rotswand. Op het laatste stuk zijn touwen gespannen waaraan we ons kunnen zekeren. Ik zie een van ons op de grond zitten, vechtend tegen zijn paniek. Ik ben wat bang, maar niet in paniek. Ik kijk het aan en maak Hans attent op de situatie. Hij knikt, hij had het ook al gezien en neemt hem samen met Leo onder zijn hoede. Ondanks de hoogtevrees gaat de man doorzetten. Mijn respect voor hem groeit, maar sterkt ook mijzelf. “Eikel, je hebt geen hoogtevrees, doe je ding”. Ik sterk mezelf met de gedachte en volg de instructies van Andries. Voor dat ik er erg in heb sta ik met twee voeten tegen de bergwand, hangend aan de klimgordel, balancerend met mijn handen om het abseil koord. “Laat je zelf maar rustig zakken door het touw door je onderste hand te laten glijden... Ik knik en zak een stukje. Het is niet beangstigend, het voelt heel erg gecontroleerd. Ik voel mijn zelfvertrouwen groeien en zet weer af, en laat het touw glijden en zak weer een paar meter. Dit ritueel herhaalt zich een paar keer totdat ik vrij hang van de wand. Ik laat het touw glijden en ik zie de grond naderen. Wat zou het zijn geweest? 30 meter? 40? Ik raak de grond en voel me fantastisch. Ik schrap abseilen van mijn virtuele bucketlist.

abseil erik

De tweede afdaling is anders. Andries laat ons met behulp van een dubbele mastworp zakken. Enerzijds had ik graag nog een keer willen abseilen, anderzijds is het wel genieten van het landschap. Ik kijk rond en geniet van de Maas, die hier Meuse heet. Raar idee. Als ik op een vlotje zou gaan zitten zou ik over een paar dagen thuis aanspoelen.

Voor de volgende activiteit moet er een stukje gehiked worden. We lopen van Anseremme naar Hotel Castel de Pont a Lesse. Doel is niet het hotel zelf, maar de achtertuin van het hotel. Op een rotswand heeft men een Via Ferrata gebouwd. Een stelsel van staalkabels en op de echt moeilijke punten treden en opstapjes die het mogelijk maken de wand veilig te beklimmen.

Vol goede moed begin ik, maar ja, ik ben niet de jongste, niet de lichtste, niet de sterkste en zeer zeker niet de lenigste van de groep. Maar goed. Luctor et Emergo. Ik worstel en kom boven. Het was niet echt mijn ding, maar toch een mooie ervaring.

Er volgt weer een hike door de mooie Ardennen. We bewonderen de dalen, de beken, de vergezichten en een heus sink hole. Ik verbaas me dat het water in het gat een meter of zeven dieper ligt dan de beek daarnaast. Iemand verteld dat de Lesse voor delen onder de grond loopt en zelfs zichzelf op verschillende hoogte niveaus kruist. Bizar!

We komen aan in dorp Anseremme, waar Hans en Job de kajaks hebben klaargelegd. Zoals gepland trekken we “goed dat nat mag worden” aan. Ik verwissel mijn bovenkleding en schoenen. Regenjackje. polyester T-shirtje, thermoshirtje. Ik loop met mijn buddy Ewout naar de kajak. De zwaarste achterin, was de instructie. We leggen de kajak klaar om het water in te schuiven en vol trots stap ik voorin! De kajak, toch wel behoorlijk belast met twee stevige jongens, maakt een neusduik en ja hoor, twee natte broeken. KOUD! Het water loopt uit de kayak en tot mijn verbazing verdwijnt de kou snel. Kennelijk toch een luchtlaagje tussen mijn broek en huid, die voorkomt dat ik lang koud blijf.

kajak erik

Er staat erg veel water in de Lesse. De stroming is stevig. Het peddelen is meestal niet meer dan “even bijsturen”. We genieten van de omgeving, de majestueuze rotswanden, het kasteel op de hoge bergwand.

Dan wenkt Andries ons aan de kant: “Vlotje bouwen!” We grijpen ons aan de andere kajaks vast en luisteren naar zijn instructie. “Er komt een stuw aan, er is erg veel water, dus ik ga voorop om te verkennen en geef aan waar jullie kunnen afdalen”

“Oh shit”, denk ik bij mezelf… Andries geeft aan dat we helemaal aan de rechterkant van de stuw moeten zijn. Ewout en ik moeten als beesten peddelen om uit de overhangende takken te blijven, maken de laatste bocht en glijden over de stuw. De neus duikt het water in, en we scheppen een behoorlijke plons binnen. Ik ben nat tot op mijn middenrif, maar we blijven overeind. Ik roep naar Ewout: Droog gebleven? Overbodige vraag natuurlijk, maar gedeelde smart is halve smart. Het water loopt uit mijn kleren. We peddelen een stukje stevig en warmen onszelf op.

We komen geen andere kano’s of kajaks tegen. Een aantal locals die op de brug met verbazing naar ons staat te kijken bevestigd het vermoeden, we zijn een beetje off-season aan het kajakken. Ik voel mezelf en bikkel en peddel vol goede moet verder richting de tweede stuw.

Andries instrueert ons weer. “Twee meter uit de kant ligt een soort van glijbaan voor kajaks. Hij is minder te zien dan normaal, dus volg je voorliggers”. Dat moeilijk te zien viel wel mee, maar wat er direct achter de stuw zit valt goed tegen. We kijken naar een kolkende massa. Een V-vorm vanuit de randen van de glijbaan, die samenkomt in een punt, waar het water omhoog stuwt. Ik roep naar Ewout: “Recht ervoor en daarna vooral niets doen”. Alles om het evenwicht te bewaren en niet te kapseizen. De punt van de kajak duikt weer in het water, en word omhoog gestuwd. Voor een seconde is heel de kajak onder water, maar doemt weer op en we zitten allebei nog. Nat is een eufemisme, maar we hebben het gehaald. Rillend trekken we aan de peddels en schudden de kou van ons af. We volgen het laatste stuk van de Lesse en roeien in Dinant de Maas op, naar de aanlegsteiger waar Hans en Job ons opwachten.

Op de kade krijgen we het koud. Heel erg koud. We verwisselen onze kleding zo snel als we kunnen, ruimen op en beginnen een hike terug naar de blokhut. We stappen stevig door en warmen weer op.

Bij de blokhut ruimen we de auto’s in en verplaatsen we ons naar de campsite. “Het domein van de Engelsman” noemt Leo het alsof het uit een jongensboek komt.

De shelters staan dicht bij elkaar Bij een klein vuurtje maken we ons diner en eten we het op. Iedereen is moe en we liggen er vroeg in. Er ligt een dun laagje ijskristallen op de tarps.

‘s-Nachts is het hondenweer. Ik duik diep weg in mijn M90 en geniet van het getik van de regen en sneeuw op het doek en warmte in de slaapzak.

Zondag

Iedereen is weer vroeg op. Ik voel me stram. De inspanningen van de vorige dag wreken zich. Ik eet wat Snelle Jelle’s gedoopt in jam. Hans vertelt ons wat de bedoeling is. We gaan een oriëntatietocht doen. Als opdracht moeten we 5 foto’s van diersporen en 10 eetbare planten maken.

Ewout en ik vertrekken als voorlaatste. We vinden onze weg en worstelen ons door een moerassig deel, naar een weg die wat oploopt. Daar moeten we een pad vinden. We vinden aansluiting bij Aleid en Mieke en gezamenlijk trekken we verder. We volgen het pad en genieten van de Ardennen in volle glorie. Donkere met blad bedekte heuvels, in een dal met een beek. We volgen een pad. Ik kijk erna en realiseer me dat het geen pad is maar een uitgelopen wildspoor. We vinden sporen van reeën, herten, konijn en das. Wat een rijkdom…

bever sporen

We lopen verder, het dal loopt in een bocht. Ik hoor wat lopen en kijk op. Voor de ogen van Ewout, Mieke, Aleid en mijzelf davert een kudde herten van de ene kant van het dal naar de andere kant. Machtige dieren, veel groter dan de reetjes die ik in het Brabantse wel eens tegenkom. Ik ben totaal onder de indruk. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Dit zal ik nooit vergeten.

We verlaten het bos en lopen richting een dorpje. Mieke maakt een foto van een bloempot met viooltjes. “ook eetbaar” lacht ze.

De tocht wordt vervolgd en vlak bij het kamp moet er een rivercrossing worden gedaan en een touwbrug worden gebouwd. Bikkels Kjeld en Roy lopen in hun onderbroek door het water om even verderop de lijnen op te vangen en vast te knopen. De bagage wordt overgetakeld en iedereen kruist het riviertje zonder een nat pak te halen.

Moe en voldaan komt iedereen aan in het kamp en wordt de boel afgebroken en opgeruimd. “Leave no trace” is het principe.

De auto’s worden ingeladen en in colonne rijden we naar de friterie vlakbij de blokhut. We moeten buiten even wachten totdat de friterie opengaat, maar eenmaal binnen schudden we ontberingen van ons af en genieten van de warmte. De meesten bestellen een gemiddelde frites (Frites moyenne) en een hamburger en krijgen tot hun verbazing een zak friet van het formaat gezinsverpakking voorgeschoteld. Ondanks de knorrende magen is niemand in staat zijn hele portie te verorberen, behalve Bert, die wist wat een “moyenne” inhield en besloot voor de toch al niet misselijke “petite” te gaan.

Een klein uurtje later nemen we afscheid en Klaasjan en ik rijden de hellerit over Luik terug naar Den Bosch waar ik hem op het station afzet. Moe kom ik thuis aan en donder mijn rommel in de schuur. “Dat zoek ik morgen wel weer uit”. Tijd voor een douche, verhalen vertellen en bed!

Door: Erik (deelnemer survivalcursus)

Survival voor vrouwen?

‘Survival is voor avonturiers, doorzetters, voor échte mannen.’ En daar sta je dan als jonge vrouw met je bijl en bijkleurende schoenen. Geen spierballen, weinig testosteron en zonder imponerende baard. Survival alleen voor mannen? Geen seconde bij stilgestaan. En zo dachten de andere vrouwen in onze groep er ook over!

Toch hadden we ons stiekem (en hoopvol?) afgevraagd of we de enige vrouw zouden zijn. Leuk tussen al die mannen. Maar kunnen we wel aan hen tippen in een overlevingssituatie? Het internet beweert dat we van nature minder risico’s nemen en veiligheid en verbinding zoeken, geen competitie. Dat kan handig zijn in een survivalsituatie, of fataal. Het is net hoe je het bekijkt en misschien wel niet relevant. Uiteindelijk moet je jezelf kunnen redden. Keuken- en kinderenclichés of niet, de tijd van de hulpeloze vrouw en de heldhaftige ridder is wel zo’n beetje voorbij. Wij moeten óók water kunnen zuiveren, eten kunnen vinden en een onderkomen kunnen bouwen.

survival voor vrouwen

En die spierballen dan? Typische mannelijke eigenschappen als fysieke kracht en jachtinstinct worden nog wel eens onterecht als de basis voor survival gezien. Geen kwaad woord over testosteron en baarden, maar ze zijn geen garantie voor succes. Veel belangrijker is om inzicht te hebben in situaties, keuzes te durven maken en te durven handelen.

Survival gaat om flexibiliteit, vertrouwen en slimme vaardigheden, daar draait het om in de trainingen van Raafcraft. Mijn vrienden grapten dat ik alleen maar meedoe om een stoere man te vinden die me uit alle situaties redt. Dat zou ik natuurlijk nooit toegeven. En het valt helaas tegen. Tijdens het oefenen blijkt dat de rambo’s en spierbundels net zulke klunzen zijn als ik. En dat we het net zo snel leren.

Door: Mieke (instructeur in opleiding)

Zelfredzaamheid

Wie er de blockbusters en tv-hits van de afgelopen jaren op naslaat, valt op dat survival populair wordt. Bijzonder, want we leiden een comfortabel en modern leven. Een survivaltraining is schijnbaar nutteloos als we in onze verwarmde huizen van een pizza genieten, kraanhelder water drinken en ons door een beeldscherm laten vermaken. Waarom een vuur maken als je de thermostaat een paar graden hoger kunt zetten? Waarom moeite doen voor je eten? Of leren navigeren als je een smartphone hebt? Het lijkt zo zonde van de energie. Maar schijn bedriegt. Want ergens tussen de eerste gloeilamp en de kwantumcomputer zijn we iets belangrijks kwijtgeraakt: het vermogen om voor onszelf te zorgen. Zelfredzaamheid. En contact met de buitenwereld. We hebben een hele reeks aan fysieke vaardigheden verleerd, vertrouwen niet meer op onze zintuigen en weten niet hoe de natuur werkt.

Boeien, denk je dan, we gaan toch niet terug naar de Middeleeuwen. Maar survival gaat niet over achteruitgang en is zeker niet anti-technologie. Het gaat over doen waar we gelukkig van worden, ook al zijn we dat vergeten: bewegen, ruiken, voelen en proeven. Brandnetels eten en sterren tellen. Over onafhankelijkheid en vrijheid. Nadat je fris en fruitig wakker wordt onder je zelfgespannen tarp, vraag je je heel romantisch af: wat is nou écht belangrijk in het leven? Om te concluderen dat je niets meer nodig hebt. Pure eenvoud, heerlijk toch? Inventiviteit en uitdaging blijken al snel je nieuwe vrienden: het doen met de spullen, kennis en vaardigheden die je hebt. Maar ook nieuwe kennis en vaardigheden opdoen. En verbinding. Samen de omgeving ontdekken en je eigen grenzen opzoeken.

eenvoudig leven

Survival leert je omgaan met onverwachte situaties. Niets is zeker, je automatische ijsblokjesmachine kan het morgen zonder waarschuwing begeven. De training kneed en rekt je aanpassingsvermogen en reset een episch oerinstinct dat op de zolder van je doorzonwoning lag te verstoffen. Of dat geloof je tenminste als je verbeten een boom in stukken zaagt. Je kunt jezelf in ieder geval redden als je wandelvrienden je per ongeluk op de top van een berg achterlaten of je cruiseschip kapseist.

Dat betekent overigens niet dat je een ramp of andere levensbedreigende situatie nodig hebt om je nieuw verworven vaardigheden tot hun recht te laten komen. Want zelfredzaamheid is nog maar het begin. Misschien wel belangrijker is dat survival je lostrekt uit je dagelijkse patronen, weg van je computer, de buitenwereld in om die weer eens echt in je op te nemen. Het leert je, kortom, om te leven. Klinkt best nuttig, toch?

Door: Mieke (instructeur in opleiding)

Survival maakt gelukkig

Had ik net nieuwe schoenen en een bivakzak, kom ik er achter dat spullen niet gelukkig maken. Tijdens het vijfde opleidingsweekend leerden Xander en Aleid ons hoeveel je zelf kunt maken van natuurlijke materialen, afval en wat je verder toevallig bij je hebt. Een brander van karton en kaarsvet, een vishaak van een frisdrankblikje en een waterdichte shelter van een reddingsdeken. Het hoeft allemaal niet zo moeilijk, duur of high-tech te zijn. Ja, het kost wat tijd. En nee, natuurlijk ziet het er niet zo gelikt uit als in de buitensportwinkel. Maar willen we nou skills leren of niet? Als je je verdiept in de wereld van het hergebruik, zie je opeens overal gebruiksvoorwerpen in plaats van afval.

Toch houden mensen van nieuwe spullen kopen. Als ik me verveel, heel zielig voel of mijn vrienden wil imponeren, zwicht ik ook wel eens voor het winkelcentrum. Ik zeg zwichten, omdat spullen kopen helemaal niet gelukkig maakt. Van slapen onder een reddingsdeken word ik een tevreden mens. Echt waar. Daar is zelfs een wetenschappelijke verklaring voor. Die zegt dat er wel degelijk een geluksgevoel is nadat je iets nieuws hebt bemachtigd, maar dat ebt snel weer weg. We zien het product onder onze ogen verslijten of het was toch niet zo handig of mooi als we dachten. Een voorbeeld: de lijmrand van mijn schoen begint door vuil en water alweer wat los te laten. Balen. Spullen gaan kapot, moeten onderhouden worden, opgeruimd worden, schoongemaakt worden. Kortom, ze zorgen voor een hoop gedoe en kosten veel tijd. Bij ervaringen werkt dat anders. Die worden in onze herinnering alleen maar perfecter. De negatieve kanten aan een vakantie of uitje filteren onze hersenen er netjes uit. Daardoor blijft het geluksgevoel langer hangen, vooral als je die met vrienden beleeft.

uitzicht

Dat verklaart waarom die survivaltrainingen zo leuk zijn. Mijn vrienden denken bij survival aan kou, vies worden, afzien in het bos. Maar ik onthoud - met dank aan mijn filterende hersenen - alleen de leuke dingen: het enthousiasme om nieuwe technieken te leren, op avontuur in de Ardennen, mijn medecursisten en de mooiste stukken bos van Nederland. Ik had een nieuwe laptop kunnen kopen zodat ik de hele dag high definition survivaldocumentaires kan kijken. Maar ik ben veel blijer met een cursus en een reeks onvergetelijke weekenden.

Door: Mieke (survivalinstructeur)

Weekend 5 van 7

Het is vrijdag. Morgen is het weer zover, aflevering 5 van 7 van de Raafcraft survival training. Er is veel gebeurd in de afgelopen 4 maanden. Ik weet nog hoe ik enigszins nerveus de eerste keer op de camping aankwam, met een veel te zware rugzak, tot de nok gevuld met allerlei zaken die ik maar nodig kon hebben, maar waarschijnlijk toch niet ging gebruiken…

Nu zijn we 5 maanden verder en mijn zak is weer gevuld, maar met zaken die ik echt nodig heb en materiaal dat ik wil gebruiken voor het invullen van mijn eigen agenda. Hans geeft altijd ruimte voor eigen initiatief, zoals de laatste keer toen Peter en ik een Zweedse fakkel/woodstove in elkaar gefröbeld hadden.

De groep is gegroeid, in kennis, kunde, maar zeker ook naar elkaar toe. Er zijn nauwelijks afspraken nodig om een opdracht te vervullen. We kennen elkaar, weten wat ieders specialiteiten zijn en vertrouwen elkaar.

Het was erg leuk om te zien hoe tijdens de vorige sessie de opdracht werd gegeven om een latrine te graven, om die binnen no-time te verwezenlijken inclusief beschutting en breeklicht om het ding in het donker terug te vinden. Fantastisch om te zien hoe de groep elkaar gevonden had en ook de trots die Hans uitstraalde ten opzichte van de groep.

Morgen is het weer zover. De rugzak staat gevuld in de huiskamer, alleen water toevoegen!

nalgene bottle

Zaterdagmorgen.

Het water is toegevoegd, de rugzak in de kofferbak en google maps richting de cursusplaats. Dit keer een camping in de buurt van Bergen op Zoom. Het is bekend terrein. Voor het eerst gaan we terug naar een plek waar we eerder keer zijn geweest. Dezelfde camping als de allereerste keer. Het beeld van al mijn materiaal, uitgestald op het blauwe gamma-zeiltje verschijnt weer in mijn gedachten en doet mij glimlachen. Wat is er veel veranderd…

De ontmoeting met de groep en de trainers is hartelijk als vanouds. Er wordt wat gelachen, gedold en koffie gedronken.

Daarna is er tijd voor gastinstructeur Xander. Xander is door nood gedwongen in het verleden een specialist geworden in het gebruik van natuurlijke materialen en hergebruik van wat anderen als afval zouden betitelen. Er wordt een kleine workshop gegeven in het “slaan” van touw op basis van brandnetel vezels waarna er wat creatieve zaken gedemonstreerd worden op basis van hergebruikt materiaal. Dit levert weer de nodige inspiratie op voor de thuis experimenten, aka “Huiswerk”

Peter, Roy en ik zagen en splijten wat stammen voor het kampvuur die dag en ik mol daarmee mijn weer-veel-te-goedkoop-aangeschafte bijl. Voor 13 Euro mag je natuurlijk niet al te veel verwachten, maar ik baal meer van het teloorgegane werk dat ik heb gehad in het slijpen van het ding dan de aanschafwaarde. Ik ga dus voor een nieuwe steel, niet voor een garantie claim en omruilactie.

Al snel daarna neemt aspirant-survivalinstructeur Roy het initiatief in handen en vertelt wat we gaan doen. Een shelter bouwen! Roy is duidelijk een man met een plan. Met maquettes van shelters, hij noemt ze mini’s, laat hij de verschillende typen shelters zien. Daarna laat hij twee shelters op ware grootte zien, die nog afgebouwd moeten worden. Mieke en ik mogen de “Lean-to” afbouwen. Een ander deel van de groep gaan aan de slag om
een grote vierpersoons shelter op te zetten. 

lean to

De blaadjes in februari zijn al redelijk door moeder natuur geabsorbeerd, dus worden er enkele reddingsdekens in het dak verwerkt. Roy vraagt aan Mieke en mij of wij er voldoende vertrouwen in hebben om erin te overnachten. Ik twijfel en kijk Mieke aan, die vol zelfvertrouwen een enthousiast “Ja” laat horen. Ik kan natuurlijk niet achter blijven en wetende dat een tarpje binnen 10 minuten staat, mocht de nood aan de man komen, stem ik ook in. De hut werd door de verschillende instructeurs met links en rechts een klein verbeterpuntje goedgekeurd en konden Mieke en ik gaan helpen met de afbouw van de grote hut.

Voordat we er erg in hebben is het tijd voor het diner. Instructeur Marco was met de pet rondgegaan en had op vakkundige wijze een heerlijke maaltijd voor ons bereid met vlees, uien, gepofte aardappels en augurken en tomaten uit het zuur. Samen nuttigen we de maaltijd in de vers gebouwde grote hut, rondom Roy’s woodstove.

Het avondeten gaat vloeiend over in de uitleg van instructeur Leo over communicatie. De theorie gaat over het geven van (nood)signalen met behulp van licht, vuur en geluid, om vervolgens uit te komen op radiocommunicatie. De oefening die daarop volgt, gebeurt door middel van portofoons. Er worden drie groepen geformeerd. Groep A is een basisstation, B een relaisstation en C is een groep in nood. Groep A moet een figuur communiceren, gebaseerd op een tangram, via groep B. Groep C moet vervolgens aangeven wat het figuur is, waarna ze “gered” zijn. De oefening levert wat babylonische spraakverwarring op, maar slaagt ondanks de hilariteit wonderwel.

avond eten

Na de oefening verkast de groep richting kampvuur en onder het genot van een hapje en een drankje volgen luchtige gesprekken. De tijd gaat langzaam. “Hoe laat is het?”, hoor ik iemand vragen. “Al negen uur”, is het sarcastische antwoord. Ik lach, ook voor mij is het veel vroeger dan dat het voelt.

De tijd vordert, het wordt kouder en kouder. Het regent wat. “Zou het vriezen?” wordt er gevraagd. “Nee”, is het antwoord. “Als het zou vriezen dan zou het sneeuwen”. Ik kijk op mijn telefoon. Het is 1 graad boven nul. Ik verplaats mijn voeten wat dichterop het kampvuur en geniet van de vlammen en de behaaglijke warmte van het vvur.

De gesprekken worden diepzinniger en persoonlijker. Iedereen geniet van de dialoog, maar het wordt kouder en iedereen is moe. Mensen druipen af naar hun hutjes en tarpen. Ook Mieke maakt aanstalten. Ik ben ook moe en het lijkt mij beter tegelijk te gaan slapen zodat we elkaar niet wekken.

Rillend kleed ik mijzelf uit en kruip in mijn t-shirt, onderbroek en sokken in mijn dikke militaire M90 slaapzak. Dat ding is tot nu toe veel te warm geweest door de veel te warme winter. Mijn besluit om in mijn ouwe zak te slapen in plaats van mijn iets dunnere nieuwe zak blijkt een goede. Ik werk mijn bivakzak en slaapzacht met de nodige moeite dicht en laat de dag aan mij voorbij trekken. Ik val, voor het eerst in de buitenlucht, als een blok in slaap, om vervolgens midden in de nacht wakker te schrikken van een waterdruppel die letterlijk boven op mijn neus valt.

In de schijn van een heel klein lichtje dat ik aan had gelaten, zie ik dat de, gelukkig waterdichte, bivakzak wat natte plekken vertoond. Ik trek de veters van de capuchon van de zak dicht tot een gaatje dat noch net mijn neus vrij laat en draai mezelf op mijn zij, en slaap lekker door tot de volgende ochtend.

Zondagmorgen

Gewekt door de noodzaak van het gebruikelijke ochtendritueel kleed ik mezelf aan. De buitenzak is nat. Ik ben nog warm, dust het aankleden valt mee. Ik doe mij behoefte en ik zie dat Roy al wakker is en druk doende op de kampvuurplaats. “Ik heb regenwaterkoffie, lust je ook een bakkie”. Ik lach en zoek de klapmok op die ik ergens in de linkerzak van mijn parka heb zitten. De koffie is lekker en warm. Ik geniet ervan en kijk hoe het langzaam licht aan
het worden is.

Om kwart voor acht ga ik terug naar de hut om mijn ontbijt uit mijn rugzak te halen en ik zie dat Mieke wakker aan het worden is: “Ik heb heerlijk geslapen”, zeg ik, “Jij ook?”. Mieke tilt haar hoofd op en zegt: “Ik heb een heerlijke nacht gehad”. Ik lach en reageer ad rem: ”Dat hoor ik niet al te vaak.” We lachen. Mieke schiet in haar kleren en we ruimen onze spullen op. De nooddekens worden uit de dakbedekking gescheurd. Geen onnatuurlijke materialen achter laten, hutten mogen blijven staan, was de opdracht. We stoppen de folie in een meegebrachte vuilniszak en gaan naar de vuurplaats. We ontbijten met z’n allen, waarna het tijd wordt om de eerste sessie van de ochtend voor te bereiden.

Instructeurs Marco en Leo, samen met Peter, Roy en ik richten een kleine “shooting range”. Iedereen krijgt de gelegenheid om met de meegebrachte luchtgeweren te schieten, na een gedegen veiligheidsinstructie. Peter, Roy, Leo en Marco begeleiden de schutters, ik overzie de range. Het geheel verloopt netjes en veilig. Voor velen was het de eerste keer dat ze een schietwapen in de hand hebben. Klaas-Jan verbaast iedereen door met Marco’s luchtgeweer met drie kogels 1 gat te creëren. Natuurtalentje, lach ik bij mezelf.

Na de schietoefening legt instructeur Hans ons uit hoe we onze messen scherp kunnen houden. Enkele van ons hebben hun slijpstenen meegenomen en Hans legt uit hoe de verschillende methoden optimaal gebruikt kunnen worden.

mes slijpen

Al snel is het twaalf uur geweest en is het tijd om weer naar huis te gaan. Zoals altijd heb ik het gevoel dat dat de tijd weer veel te kort is geweest en had het voor mij best wel een paar dagen langer kunnen duren. In de auto verandert deze mening langzaam en bedenk ik mezelf hoe lekker die warme douche straks is, en hoe lekker het is om te genieten van het bankstel en de hond op schoot. Ik lach en bedenk mezelf hoe perspectieven veranderen door deze training.

Door: Erik (deelnemer survival cursus)

De kracht van de herhaling

Ik vroeg me thuis nog af of een training van negen weekenden niet wat overdreven is. Maar nu sta ik hier toch, met mijn bijl, een vlijmscherp mes en een fire steel. Wat ons bezielt om een survivaltraining te doen? De instructeurs doen een snel rondje door de groep. Bijna niemand kent elkaar nog, maar dat zal snel veranderen. De één wil met vrienden het bos in, de ander een grote wandeltrektocht maken. Er is een veertiger die zijn midlifecrisis goed benut en een bioloog die de natuur is kwijtgeraakt. Hier pas ik wel tussen. Als buitensporter en fietsfanaat ben ik verdwaald in een klimaatgecontroleerde kantoorjungle. Terwijl ik gek ben op bomen en planten, wilde rivieren, hoge pieken en diepe dalen. De groep is een bonte verzameling van ‘survivalproevers’ (één weekend), basiscursisten (drie weekenden), deelnemers die de survivaltraining volgen (zeven weekenden) en instructeurs in spé (negen weekenden). En hoewel de motivaties uiteen lopen, is er een duidelijke gemene deler: we willen naar buiten!

de eerste schreden

Op een afgelegen plek in Brabant leren we de eerste kneepjes van het vak. Het Grote SAS Survival Handboek kan het mooi vertellen, nu nog zelf doen! Het blijkt verdomd moeilijk om een goede boom voor mijn tarp te vinden, en die knopen om hem op te spannen ben ik ook alweer vergeten. Maar er komt hulp van alle kanten, en een kwartier later hangt dat ding toch. In theorie was het zo simpel dat ik er bescheiden van word. Mijn ‘ja, dat weet ik wel’-overtuiging verandert snel in een verwonderd ‘hé, dat kan ik nog niet’.

Dus wil ik blijven oefenen. Dit is niet een weekje knutselen in de natuur om daarna weer mijn vertrouwde leven in te rollen. Ik word steeds weer met de kunst van het vuurmaken geconfronteerd, schik en herschik mijn uitrusting en denk na wat ik de volgende keer anders of beter kan doen. Proberen, experimenteren, tot het een gewoonte wordt. De kracht van de herhaling. Daarom werkt het programma van Raafcraft zo goed. Het ene moment weet je niets van survival, het volgende is het een vanzelfsprekendheid. Let op: je wilt straks niet meer naar binnen!

Door: Mieke (instructeur in opleiding)