Raafcraft - Survival en Zelfredzaamheid - The Bushcraft Way

Raafcrafts Blog

Weekend 6 van 7 - 'De eindopdracht'

Ik was een beetje rusteloos… De spectaculaire verhalen vanuit de vorige groepen waren mij ter ore gekomen. Afzien, dat zou het worden. Afzien, niet afzien, maar het Afzien, met een hoofdletter “A”

Als voorbereiding had ik wat extra aandacht besteed aan mijn survival kit. Je weet van tevoren niet waarin je terecht komt. Ik spel het survival alfabet en vul het in met de survival items bovenop mijn standaard kit.

  • Water: Waterfilter. Check!
  • Vuur: Extra aansteker, firesteel, watten-met-vaseline-tondel. Check!
  • Onderkomen: 3*3 donker landbouwplastic, wegwerp poncho, paracord. Check!
  • Voeding: Pak Snickers special edition Hazelnoot. Veel calorieën voor weinig. Check!

De eerste nacht op vrijdag zou in een blokhut zijn. De weersverwachtingen zijn redelijk variabel. Het lijkt erop dat ze in Ukkel net zo onbestendig zijn als in De Bilt. Ik begin Armand Pien te missen, de Belgische weergoeroe uit mijn kinderjaren.

De show start ‘s-morgens om 08:00 dus tot die tijd kan ik mijn uitrusting aanpassen. Ik neem twee slaapzakken mee. Een dunne en lichte 3 seizoenenzakje, en de mega mastodontische maar oh-zo-warme militaire M90. Bijna 5 kilo, schoon aan de haak.

Vrijdag

Een berichtje licht op, op mijn computerscherm… Het is een van de trainers. Hij is ziek geworden en vraagt mij om Klaasjan op te pikken. Natuurlijk doe ik dat. Eindhoven ligt op mijn route en het is prettig om wat gezelschap in de auto te hebben. Om 6 uur op het Station? Geen probleem…

Thuisgekomen laad ik de Aygo in. Klein autootje, maar lekker zuinig en voor twee personen goed te doen. Ik gooi de kofferbak vol met de materialen en de reservematerialen die ik misschien wel of niet mee ga nemen. Ik verbaas mij altijd over Klaasjan. Altijd alles in 1 rugzak en hij grijpt nooit mis. Ik zou toch eens een uurtje een boompje met hem moeten opzetten.

Ik pik mijn lifter op en we rijden richting Anseremme over Luik. Wat een uitgesproken onveilige rotweg.

Het heeft er alle schijn van dat het Waalse verkeersbeleid bestaat uit het plaatsen van waarschuwingsborden, in plaats van het daadwerkelijk oplossen van problemen. Ik vertaal een bord uit het Frans: “Gevaarlijk punt, 16 doden in de laatste 3 jaren”. Ik grom: “Doe er dan ook wat aan…”

Ondanks de slecht aangegeven bewegwijzering, gaten in de weg, aquaplaning en een file als gevolg van, jawel, een ongeval, komen Klaasjan en ik veilig aan in Anseremme. De warme blokhut, het gezellige houten interieur en het prettige gezelschap van de andere cursisten doen de helle-rit snel vergeten.

berghut

Twee trainers van Zelan Outdoor stellen zich voor. Andries en Job zullen morgen een groot deel van het programma verzorgen.

Redelijk vroeg liggen we op onze matjes in onze slaapzak. Ik draai me om en ik val in slaap. Kennelijk begin ik aan het slapen in mijn zak te wennen.

Zaterdag

Rond 6:30 wordt iedereen wakker. Aankleden, ontbijten, de gebruikelijke ochtendrituelen. Het is een beetje stil. Kennelijk is iedereen een beetje gespannen.

Na het ontbijt wordt het duidelijk. De blokhut staat werkelijk bovenop de Roches-de-Frey, een geliefde bergwand. De moed zakt me in de knieën. Klimmen, afdalen? Hoog, eng… Mijn brein gaat op de automatische piloot. Ik laat het over mij heen komen en doe wat er moet gebeuren. Go with the flow.

Andries en job bereiden de afdaling voor. We gaan abseilen. We krijgen klimgordels en helmen. Ik trek de boel aan en check de gordel. Leo instrueert me en checkt mijn gordel ook. “Zorg dat hij goed vast zit boven je heupen zodat je er niet uit kan glijden… Ik slik en trek de gordel nog strakker aan.

We lopen naar de rotswand. Op het laatste stuk zijn touwen gespannen waaraan we ons kunnen zekeren. Ik zie een van ons op de grond zitten, vechtend tegen zijn paniek. Ik ben wat bang, maar niet in paniek. Ik kijk het aan en maak Hans attent op de situatie. Hij knikt, hij had het ook al gezien en neemt hem samen met Leo onder zijn hoede. Ondanks de hoogtevrees gaat de man doorzetten. Mijn respect voor hem groeit, maar sterkt ook mijzelf. “Eikel, je hebt geen hoogtevrees, doe je ding”. Ik sterk mezelf met de gedachte en volg de instructies van Andries. Voor dat ik er erg in heb sta ik met twee voeten tegen de bergwand, hangend aan de klimgordel, balancerend met mijn handen om het abseil koord. “Laat je zelf maar rustig zakken door het touw door je onderste hand te laten glijden... Ik knik en zak een stukje. Het is niet beangstigend, het voelt heel erg gecontroleerd. Ik voel mijn zelfvertrouwen groeien en zet weer af, en laat het touw glijden en zak weer een paar meter. Dit ritueel herhaalt zich een paar keer totdat ik vrij hang van de wand. Ik laat het touw glijden en ik zie de grond naderen. Wat zou het zijn geweest? 30 meter? 40? Ik raak de grond en voel me fantastisch. Ik schrap abseilen van mijn virtuele bucketlist.

abseil erik

De tweede afdaling is anders. Andries laat ons met behulp van een dubbele mastworp zakken. Enerzijds had ik graag nog een keer willen abseilen, anderzijds is het wel genieten van het landschap. Ik kijk rond en geniet van de Maas, die hier Meuse heet. Raar idee. Als ik op een vlotje zou gaan zitten zou ik over een paar dagen thuis aanspoelen.

Voor de volgende activiteit moet er een stukje gehiked worden. We lopen van Anseremme naar Hotel Castel de Pont a Lesse. Doel is niet het hotel zelf, maar de achtertuin van het hotel. Op een rotswand heeft men een Via Ferrata gebouwd. Een stelsel van staalkabels en op de echt moeilijke punten treden en opstapjes die het mogelijk maken de wand veilig te beklimmen.

Vol goede moed begin ik, maar ja, ik ben niet de jongste, niet de lichtste, niet de sterkste en zeer zeker niet de lenigste van de groep. Maar goed. Luctor et Emergo. Ik worstel en kom boven. Het was niet echt mijn ding, maar toch een mooie ervaring.

Er volgt weer een hike door de mooie Ardennen. We bewonderen de dalen, de beken, de vergezichten en een heus sink hole. Ik verbaas me dat het water in het gat een meter of zeven dieper ligt dan de beek daarnaast. Iemand verteld dat de Lesse voor delen onder de grond loopt en zelfs zichzelf op verschillende hoogte niveaus kruist. Bizar!

We komen aan in dorp Anseremme, waar Hans en Job de kajaks hebben klaargelegd. Zoals gepland trekken we “goed dat nat mag worden” aan. Ik verwissel mijn bovenkleding en schoenen. Regenjackje. polyester T-shirtje, thermoshirtje. Ik loop met mijn buddy Ewout naar de kajak. De zwaarste achterin, was de instructie. We leggen de kajak klaar om het water in te schuiven en vol trots stap ik voorin! De kajak, toch wel behoorlijk belast met twee stevige jongens, maakt een neusduik en ja hoor, twee natte broeken. KOUD! Het water loopt uit de kayak en tot mijn verbazing verdwijnt de kou snel. Kennelijk toch een luchtlaagje tussen mijn broek en huid, die voorkomt dat ik lang koud blijf.

kajak erik

Er staat erg veel water in de Lesse. De stroming is stevig. Het peddelen is meestal niet meer dan “even bijsturen”. We genieten van de omgeving, de majestueuze rotswanden, het kasteel op de hoge bergwand.

Dan wenkt Andries ons aan de kant: “Vlotje bouwen!” We grijpen ons aan de andere kajaks vast en luisteren naar zijn instructie. “Er komt een stuw aan, er is erg veel water, dus ik ga voorop om te verkennen en geef aan waar jullie kunnen afdalen”

“Oh shit”, denk ik bij mezelf… Andries geeft aan dat we helemaal aan de rechterkant van de stuw moeten zijn. Ewout en ik moeten als beesten peddelen om uit de overhangende takken te blijven, maken de laatste bocht en glijden over de stuw. De neus duikt het water in, en we scheppen een behoorlijke plons binnen. Ik ben nat tot op mijn middenrif, maar we blijven overeind. Ik roep naar Ewout: Droog gebleven? Overbodige vraag natuurlijk, maar gedeelde smart is halve smart. Het water loopt uit mijn kleren. We peddelen een stukje stevig en warmen onszelf op.

We komen geen andere kano’s of kajaks tegen. Een aantal locals die op de brug met verbazing naar ons staat te kijken bevestigd het vermoeden, we zijn een beetje off-season aan het kajakken. Ik voel mezelf en bikkel en peddel vol goede moet verder richting de tweede stuw.

Andries instrueert ons weer. “Twee meter uit de kant ligt een soort van glijbaan voor kajaks. Hij is minder te zien dan normaal, dus volg je voorliggers”. Dat moeilijk te zien viel wel mee, maar wat er direct achter de stuw zit valt goed tegen. We kijken naar een kolkende massa. Een V-vorm vanuit de randen van de glijbaan, die samenkomt in een punt, waar het water omhoog stuwt. Ik roep naar Ewout: “Recht ervoor en daarna vooral niets doen”. Alles om het evenwicht te bewaren en niet te kapseizen. De punt van de kajak duikt weer in het water, en word omhoog gestuwd. Voor een seconde is heel de kajak onder water, maar doemt weer op en we zitten allebei nog. Nat is een eufemisme, maar we hebben het gehaald. Rillend trekken we aan de peddels en schudden de kou van ons af. We volgen het laatste stuk van de Lesse en roeien in Dinant de Maas op, naar de aanlegsteiger waar Hans en Job ons opwachten.

Op de kade krijgen we het koud. Heel erg koud. We verwisselen onze kleding zo snel als we kunnen, ruimen op en beginnen een hike terug naar de blokhut. We stappen stevig door en warmen weer op.

Bij de blokhut ruimen we de auto’s in en verplaatsen we ons naar de campsite. “Het domein van de Engelsman” noemt Leo het alsof het uit een jongensboek komt.

De shelters staan dicht bij elkaar Bij een klein vuurtje maken we ons diner en eten we het op. Iedereen is moe en we liggen er vroeg in. Er ligt een dun laagje ijskristallen op de tarps.

‘s-Nachts is het hondenweer. Ik duik diep weg in mijn M90 en geniet van het getik van de regen en sneeuw op het doek en warmte in de slaapzak.

Zondag

Iedereen is weer vroeg op. Ik voel me stram. De inspanningen van de vorige dag wreken zich. Ik eet wat Snelle Jelle’s gedoopt in jam. Hans vertelt ons wat de bedoeling is. We gaan een oriëntatietocht doen. Als opdracht moeten we 5 foto’s van diersporen en 10 eetbare planten maken.

Ewout en ik vertrekken als voorlaatste. We vinden onze weg en worstelen ons door een moerassig deel, naar een weg die wat oploopt. Daar moeten we een pad vinden. We vinden aansluiting bij Aleid en Mieke en gezamenlijk trekken we verder. We volgen het pad en genieten van de Ardennen in volle glorie. Donkere met blad bedekte heuvels, in een dal met een beek. We volgen een pad. Ik kijk erna en realiseer me dat het geen pad is maar een uitgelopen wildspoor. We vinden sporen van reeën, herten, konijn en das. Wat een rijkdom…

bever sporen

We lopen verder, het dal loopt in een bocht. Ik hoor wat lopen en kijk op. Voor de ogen van Ewout, Mieke, Aleid en mijzelf davert een kudde herten van de ene kant van het dal naar de andere kant. Machtige dieren, veel groter dan de reetjes die ik in het Brabantse wel eens tegenkom. Ik ben totaal onder de indruk. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Dit zal ik nooit vergeten.

We verlaten het bos en lopen richting een dorpje. Mieke maakt een foto van een bloempot met viooltjes. “ook eetbaar” lacht ze.

De tocht wordt vervolgd en vlak bij het kamp moet er een rivercrossing worden gedaan en een touwbrug worden gebouwd. Bikkels Kjeld en Roy lopen in hun onderbroek door het water om even verderop de lijnen op te vangen en vast te knopen. De bagage wordt overgetakeld en iedereen kruist het riviertje zonder een nat pak te halen.

Moe en voldaan komt iedereen aan in het kamp en wordt de boel afgebroken en opgeruimd. “Leave no trace” is het principe.

De auto’s worden ingeladen en in colonne rijden we naar de friterie vlakbij de blokhut. We moeten buiten even wachten totdat de friterie opengaat, maar eenmaal binnen schudden we ontberingen van ons af en genieten van de warmte. De meesten bestellen een gemiddelde frites (Frites moyenne) en een hamburger en krijgen tot hun verbazing een zak friet van het formaat gezinsverpakking voorgeschoteld. Ondanks de knorrende magen is niemand in staat zijn hele portie te verorberen, behalve Bert, die wist wat een “moyenne” inhield en besloot voor de toch al niet misselijke “petite” te gaan.

Een klein uurtje later nemen we afscheid en Klaasjan en ik rijden de hellerit over Luik terug naar Den Bosch waar ik hem op het station afzet. Moe kom ik thuis aan en donder mijn rommel in de schuur. “Dat zoek ik morgen wel weer uit”. Tijd voor een douche, verhalen vertellen en bed!

Door: Erik (deelnemer survivalcursus)